
Visserijwet 1963
Artikel 17
1
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister vissen van andere dan de krachtens artikel 1, tweede lid, aangewezen soorten uit te zetten in de in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, bedoelde wateren, met uitzondering van de wateren, bedoeld in artikel 10, achtste lid. Bij een beslissing omtrent het verlenen van een vergunning wordt rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming en met het welzijn van vissen.
2
Onze Minister kan aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden. De vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
3
Het is verboden in een water, op het visrecht waarvan een ander de rechthebbende is, vis uit te zetten, zonder in het bezit te zijn van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor de toepassing van dit lid worden onder vis mede begrepen vissen van andere dan de overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid, aangewezen soorten.
4
Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming als bedoeld in het derde lid is vereist dat deze in duidelijk leesbaar en niet uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de vissoort waarvoor zij geldt en de dagtekening.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.